Watch FIFA World Cup 2026™ LIVE, FREE and EXCLUSIVE

The JvO Migrant tales: The construction of 'de Johan'

Dutch immigrant ship Johan van Oldenbarnevelt

Dutch immigrant ship Johan van Oldenbarnevelt Credit: website Dutch Australian Cultural Centre

In the new SBS Dutch series 'The JvO: Migrant tales', Dutch Australians reminisce about their voyage with migrant ship Johan van Oldenbarnevelt. In this first episode, we'll dive into the construction period of 'de Johan', with Ruud van der Sluis from the NDSM-Herleeft Foundation.


This interview is in Dutch.

The Johan van Oldebarnevelt was a well-known Dutch migrant ship. In the 50s and 60s of the last century, more than a hundred thousand people made the big crossing to Australia with this ship. In our series 'The JvO: Migrant Stories', Dutch Australians reminisce about their time on 'de Johan'.

Don't miss out on SBS Dutch! Subscribe to our Spotify or Apple Podcast feed.

Ruud van der Sluis

Ja, waarom weet ik veel over Johan van Oldenbarnevelt? Nou, uh, dat heeft hoofdzakelijk te maken, uh, met de locatie waar het schip gebouwd is. Dat schip is gebouwd bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam in opdracht voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Uh, dat was een van de grote rederijen, ook uit Amsterdam. En die Johan die, uh, want zo noemden ze dat schip dan, hè, heel populair, de Johan. Het was wel vrouwelijk, maar goed, een vrouwelijke Johan en, uhm, uh, dat, dat die hele werfgeschiedenis dat, uh, dat heeft mij altijd erg aangesproken. Ik ben ook geboren onder de rook van, uh, die werf letterlijk in Tuindorp Oostzaan. Dat is in Amsterdam-Noord. En, uh, ik ben groot geworden met die werf en ik moest er ook zelf werken van mijn vader toen. Ja, toen moest je nog luisteren naar je vader natuurlijk. Zo werd het ook mijn eerste werkgever en uiteindelijk ben ik ook hele andere dingen gaan doen. Maar de ges— de be— de belangstelling voor die werf is altijd gebleven en uiteindelijk is daar een stichting uit voortgekomen waar ik in, uh, waar ik, uh, in, in het bestuur zit van deze stichting. En dan gaat het ook over de productie en over nog tal van andere dingen. Nou, en als je praat over de productie, dan zijn dat alle schepen die daar gebouwd zijn. [schraapt keel] En de Johan van Oldenbarnevelt is daar één van. Het— er zijn ongeveer 700 schepen gebouwd. We weten het niet exact, omdat we niet precies weten wat er in de Tweede Wereldoorlog allemaal voltooid is. Maar, uh, de Johan van Oldenbarnevelt, dat is toch een van de schepen, ja, hoe moet ik het zeggen, die eigenlijk altijd weer naar voren komt. En dat geldt ook voor haar zuster. Dat was de Marnix van Sint Aldegonde. En, uh, om het nog gekker te maken: de Oranje, het motorschip Oranje, dat was helemaal een bijzonder schip en die duiken elke keer weer op. En dat is natuurlijk wel interessant, want dan kan je ook natuurlijk, uh, veel meer informatie gaan verzamelen en, en, en allerlei details gaan zoeken en, en, uh, bronnen, uh, aanboren en nou ja, verzin het maar. En zo, uh, is dit schip dus, uh, voor mij ook een interessant onderwerp geworden.

Presentatrice

Ja, uh, even over die naam: het was een vrouwelijk schip met een mannelijke naam.

Ruud van der Sluis

Ja, ze zeggen: een schip is vrouwelijk. Uh, er is ooit eens een, een Engelsman geweest en, uhm, die had geschreven: and a ship, she is a lady. Dus ja, nou ja, goed, dat zal dan wel. En, uh, [lacht] ja, de Johan van Oldenbarnevelt, dat was, uh, de raadpensionaris, hè, die, uh, in de tijd van, uh, ja, zeg maar de Tachtigjarige Oorlog. Ik, ik, ik vat het maar even kort samen, heeft hij ook een hele belangrijke rol gespeeld, uhm, zeg maar in, in die hele geschiedenis, uh, toentertijd in, in Nederland. Of, ja, Nederland was het nog niet, hè, maar je had de Staten van Holland en dat soort, uh, dingen allemaal. Die Johan van Oldenbarnevelt, die is uiteindelijk is hij, uh, onthoofd, uh, in Den Haag, uh, voor de Ridderzaal. Uh, de Stoomvaart Maatschappij Nederland die vernoemde haar schepen altijd naar of naar, uhm, ja, rivieren of bergen of, of eilanden in toen nog ons Nederlands-Indië of naar bekende figuren. Zo was de Johan de Wit, uh, nou ja, de Johan van Oldenbarnevelt, uh, Marnix van Sint Aldegonde. En zo zijn er nog wel een paar geweest. Dat was dan, uh, ja, de huisstijl van, uhm, van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.

Presentatrice

Ja. Met welk doel is het schip eigenlijk gebouwd?

Ruud van der Sluis

Nou, het viel, uh, het viel eigenlijk in de categorie ocean liners. Uhm, het was een, uhm, een passagiersschip, uh, hoofdzakelijk, maar het vervoerde ook vracht. Nou zijn er ook vrachtpassagiersschepen, maar dat is weer een andere categorie. Dat zijn schepen die hoofdzakelijk vracht vervoeren en ook een bescheiden passagiersaccommodatie hebben. Maar die Johan van Oldenbarnevelt, dat was echt een passagiersschip, maar die kon ook heel veel vracht meenemen. Ze noemden het ook wel een, een mailschip. Uh, dat, dat was, dat was ook, uh, letterlijk een van de opdrachten: het vervoeren van post ook, uh, en maar ook de lading, uh, van alles wat naar Indië ging en onderweg, uh, werd afgezet en onderweg werd opgepikt. En ja, die passagiersaccommodatie, die was, uh, enorm. Er waren vier, uh, klassen: klas één tot en met vier. Nou ja, de, de klas vier, daar zat je dus, uh, onder in, uh, onder in het schip, hè. Dat was natuurlijk, uh, de minst gunstige plek en dat was dan ook eigenlijk bestemd voor tussen aanhalingstekens de, de landverhuizers. Later werden dat natuurlijk de emigranten. Dat klonk, uh, netter. Maar, uh, die, uhm, die, uh, die accommodaties, vooral de eerste klas, die waren ontzettend luxe met allerlei houtsnijwerk en tegelwerk en, en nou ja, verzin het maar. Mozaïek en, uh, glas in lood, dat kon allemaal niet op. Dikke tapijten. Uh, maar goed, dat kostte natuurlijk ook het nodige, hè, zo'n overtochtje naar, uh, Indië bijvoorbeeld.

Presentatrice

Ja. En kun je de situatie beschrijven daar op die werf? Hoe groot? Hoeveel mensen werkten daar? Wat was de sfeer?

Ruud van der Sluis

Ja, uhm, de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij, die is eigenlijk begonnen, uh, op, uh, Oosterburg. Dan moet je natuurlijk een beetje bekend zijn in Amsterdam, want daar had je namelijk de oostelijke eilanden. Het waren niet echt eilanden, dat waren drie van die strekdammen. Die staken in het IJ [schraapt keel] en de een heette Kattenburg. Daar was ook een werf van de admiraliteit, uh, en het, uh, daar is nu het Scheepvaartmuseum in een van, uh, dat gebouw wat er stond, het ad-admiraliteitsgebouw. En dan had je het volgende eiland, dat was Wittenburg. Daar waren ook allerlei werven waren daar, kleintjes. En op Oosterburg, daar was, uh, de werf van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en, uhm, dat was een enorme grote werf. En nou ja, die VOC is, uh, failliet gegaan eind, uh, ja, nee, ja, zeg-- ja, 1700 zeg maar. En die, uh, die, die ruimte die overbleef, die is toen ingenomen door een andere werf. Kijk, met name in Groot-Brittannië was de, die industriële revolutie al lang op gang gekomen. En, en wij liepen hier nog chronisch achter, want ja, uh, die VOC ging failliet en we kregen de Fransen op bezoek en toen werd er eigenlijk helemaal niks meer gedaan aan scheepsbouw.En nou dat dat, dat was dus een gat, want dat hadden wij weer op te vullen nadat die Fransen vertrokken waren. Want wij hadden gewoon geen schepen meer. En wat er nog was, dat was zo aftands. Nou ja, dat was alleen maar rijp voor de sloop. Maar wij hadden dus onze koloniën nog in het oost en in het west. Dus wij moesten, wij moesten schepen hebben. Nou, op die plek waar de VOC was geweest, daar kwam de werf. Ja, eigenlijk, dat is eigenlijk een fabriek. Was het de fabriek van stoom en andere werktuigen? Zo heette dat. En die bouwden ook schepen van ijzer. Dus niet meer van hout, maar van ijzer. Staal kwam pas later. En die schepen, die voeren allemaal onder stoom. Nou en? Hij bouwde daar op die op bij die fabriek ook stoominstallaties voor die schepen die daar gebouwd werden. Nou goed, die fabriek had wat problemen. Die heeft een, een doorstart gemaakt. Er kwam een ander bedrijf en dat was de fabriek van werktuigen en spoorwegmateriaal. Nou zullen er misschien nog wel mensen in Australië zijn die dat die dat snappen. Want dat die fabriek werktuigen spoorwegmateriaal. Als je werk en spoor aan elkaar plakt, dan krijg je. Dit is die fabriek die ook treinen bouwde in Nederland en dat was een, een enorm groot bedrijf Werkspoor. Nou goed, maar die, die Werkspoor, die bouwden geen schepen meer. Dus die die locatie waar die schepen gebouwd werden, dat bleef leeg achter. En toen, in duizendachthonderdvierennegentig, is de NSM opgericht en de NSM ging op die plek weer schepen bouwen. IJzeren schepen die voeren onder stoom en later kwamen er dus motoren in. De tijd ging natuurlijk verder, maar die schepen, die werden steeds groter en groter. En kijk vroeger die VOC schepen die gingen zo recht vooruit het IJ in. Maar dat kon niet meer, want in Amsterdam was het Centraal Station gebouwd met die hele grote spoordijken die richting Utrecht en Amersfoort gingen. En dus die schepen, die moesten die, die hellingen waar die schepen op gebouwd werden, die draaiden een kwart slag naar het westen toe. En zo werden die schepen daar gebouwd en die kwamen dus in de gracht terecht, de Dijksgracht. Maar het probleem was die Dijksgracht, die was maar vijf meter diep. En die schepen, die werden steeds groter, want men had natuurlijk heel snel ontdekt dat je met allerlei nieuwe technieken ook steeds grotere schepen kon bouwen. Maar je kon uiteraard ook veel meer personen vervoeren en veel meer lading meenemen. Maar als een schip groter wordt en dat schuift zo achteruit van de helling af, zo schuin het water in. Ja, dan. Dan krijg je op een gegeven ogenblik het geval dat dat schip in de prut kwam zitten, want dan is het niet diep genoeg daar. Dus men moest nou weg van die werf of van die plek. Mensen moesten een andere plek zoeken en dat gebeurde dus in Amsterdam-Noord. Dat was in, in 1915. Toen verkregen ze dus een stuk grond in erfpacht bij tuindorp Oostzaan. En dat bestond trouwens toen nog niet. Maar in 1915 is, is dat stuk grond verkregen. Alleen er kon nog niet gebouwd worden, omdat toen noemden ze dat nog de grote oorlog noemden ze dat toen de Eerste Wereldoorlog. Die was aan de gang. Dus dat men had personeel tekort en het ja, het verkrijgen van materiaal, bouwmateriaal zoals steen en, en staal en dat soort dingen, dat dat lukte allemaal niet. Niet zo makkelijk natuurlijk in die oorlogstijd. Nou, in 1917 is men toch begonnen met de bouw van betonnen hellingen op die plek. En nou die hellingen. Een daarvan, dat was helling twee, daar is de Johan op gebouwd.

Presentatrice

Ja, hoe lang heeft die bouw geduurd?

Ruud van der Sluis

Nou, dat kan ik, dat kan ik je precies vertellen. De kiellegging, want zo noemen ze dat als ze een schip gaan bouwen, dan. Ja, ze zeggen niet we gaan een schip bouwen, maar we zetten een schip op stapel. En die kiellegging, die vond plaats op 29 juni 1928. Daar moet je niet te veel bij voorstellen, want dat is gewoon een stalen plaat. Die hangt in een kraan en er staan een paar vlaggen op en een heel groot bord. Een houten bord met een nummer, het bouwnummer van dat schip en dat is 194 in dit geval. En, en de naam van de rederij. Nou, en dat, dat wordt dan op, op de ja op de helling gelegd en dan gaat iedereen luid klappen en juichen met een hoed in de hand. En nou ja, de afloop is dat natuurlijk dikke sigaren roken en een borrel drinken. En nou en dan begint ook de bouw van het schip en die plaat wordt weer weggehaald en dan wordt uiteindelijk wordt de echte kiel gelegd voor het schip. En nou en dan begint men dat schip te bouwen en dat heeft geduurd tot 3 augustus 1929. Dus de bouw van het schip, zeg maar van de kiellegging tot de tewaterlating. Dat heeft dertien maanden geduurd.

Presentatrice

Dat is best snel. Of niet?

Ruud van der Sluis

Ja, het was voor dit schip was dat best wel snel. Ja. Jazeker. Maar goed, dan wordt dat schip te water gelaten en dan wordt het afgebouwd, want je hebt twee fasen. Je hebt een bouwfase. Dat is dus op de helling en dan wordt een schip te water gelaten. Dan loopt het van stapel en dan begint de afbouw. En die afbouw, die, die heeft ook nog een nodige tijd gevergd, want dat was in 1930 was dat en dan moet ik even denken dat was vier, acht. Ja, acht maanden later was dat. Was dat achter de rug. Dus die afbouw heeft ook nog acht maanden geduurd. En dan moet je bedenken de afbouw dat dat betekent het inbouwen van de motor. De schroeven moeten erop en het interieur moet erin in gemaakt worden. De, de hutten moeten gemaakt worden, de sloepen komen erop en de schoorstenen, de masten, dus alles wat in en op het schip zit valt onder die afbouwfase. Dus alles bij elkaar heeft het ongeveer, laten we zeggen gewoon afgerond, bijna twee jaar geduurd voordat het schip dus uiteindelijk kon vertrekken. Dat, ja, het kost. Het kost wat tijd uiteindelijk, maar het was toch wel redelijk snel.

Presentatrice

En was het nou een heel modern schip voor die tijd?

Ruud van der Sluis

Ja, ja. Ja zeker. Ja, het het was. Het was ook een heel snel schip. Het had twee schroeven. Er stonden ook twee motoren in. Die kwamen uit Zwitserland vandaan. Van Sulzer. En die waren natuurlijk helemaal ja, dat was helemaal nieuw, hè, Dat dat moest en dat het modernste van het modernste moest erin komen. Ook wat betreft de ja zeg maar de radio en alles en alle apparatuur aan boord en de verlichting allemaal ook in die hutten en het sanitair. Ja, dat dat was echt, dat was echt allemaal nieuwste van het nieuwste hoor. En ook heel luxe. Tenminste bovenin het schip natuurlijk. Maar ja, dat nee, dat was echt kwaliteit ja.

Presentatrice

En wat zat er allemaal op en aan dan als het zo luxe was?

Ruud van der Sluis

Nou de sloepen. En dat waren er nogal wat. En je had ja, de de dat al dat luxe dingen. Het speel dek voor de mensen moesten zich kunnen vermaken natuurlijk. Er was op dek waren allerlei dingen geschilderd en dan kon je daar ja, een soort balspel was dat en er was een zwembad aan boord. Buiten je had het zonnedek en dan kon je daar heerlijk lekker liggen zonnen daar. Er waren allemaal van die dek stoelen. Ja, dat mocht wel enige naam hebben, hoor.

Presentatrice

Ja, en voor mensen in Australië is de Johan natuurlijk een migrantenschip waar heel veel mensen mee deze kant op gekomen zijn. En wat was de eerste reis van het schip? Waar ging die naartoe?

Ruud van der Sluis

September duizendnegenhonderdvijftig. In dat jaar was het reis zeventien en toen vond de eerste officiële emigranten reis plaats. De eerste en toen, toen begon het eigenlijk vorm te krijgen. Ja, er zijn voor die tijd natuurlijk ook wel mensen verhuisd naar elders, naar andere werelddelen. Maar in de officiële eerste emigranten reis was in september duizendnegenhonderdvijftig. Ja.

Presentatrice

Ja, het is uiteindelijk de Johan was toen eigenlijk de Johan niet meer, maar het is niet zo goed afgelopen met het schip, hè?

Ruud van der Sluis

Nee, nee. Kijk, die Johan, die die is, daar is het inderdaad niet goed mee afgelopen. Het was namelijk zo dat schip heeft 33 jaar gevaren bij de Stoomvaartmaatschappij Nederland en in die periode dat nou, dat verwijs ik even naar het boek onderging het zes levens. En dat waren verschillende fasen. Dus voor de oorlog tijdens de oorlog na de oorlog en uiteindelijk is het in 1963 verkocht aan een Griekse rederij. En toen werd het kreeg het ook een andere naam Laconia. En nou die Laconia, die hebben ze maar acht maanden gehad, want toen kwam er was er brand aan boord en toen is dat schip gezonken. Ja, je zegt het wel snel, maar het was ook maar een hele korte levensduur. Dus acht maanden en toen was het gebeurd.

Presentatrice

Ja en wat doet dat dan met mensen die daaraan gewerkt hebben? Weet je dat toevallig?

Ruud van der Sluis

Nou ja, men, men was altijd wel verbaasd natuurlijk. Er waren toen nog heel, heel veel oud opvarende bemanningsleden. Die waren er toen nog in '63. Dat kan je gerust wel stellen, maar dat is nu ook als je ze nu nog vindt. Nou, dat mag een wonder zijn. Maar in die tijd waren er natuurlijk heel veel van die mannen en ook vrouwen trouwens, die op dat schip gevaren hadden en die die die verhalen kenden. En ja, dat dat, dat heeft toch wel kwaad bloed gezet, hoor. Dat dat schip eigenlijk zomaar het ging weg. En ja, en en. Acht maanden later lag het op de bodem van, van de oceaan.

Presentatrice

Ja. Tot slot had je nog een leuke anekdote gevonden of een mooie anekdote over het schip of over tijdens de bouw? Of iets om te delen?

Ruud van der Sluis

Het was de laatste reis, want dat heb ik nog niet. Dat hebben we niet gehad. De laatste reis van, van Johan, dat was in september duizendnegenhonderdachtenvijftig. Toen heeft het de laatste reis gemaakt. Reis 48. Dat duurde een maand en deed verschillende havens aan. Het ging door het Suezkanaal en onderweg deden ze havens, deden ze havens aan en toen ging dat schip richting Fremantle en onderweg daarheen vond er een vroeggeboorte plaats. Een vroeggeboorte en dat was op 18 oktober 1958. Toen was mevrouw Visser die Die was bevallen van een tweeling. Twee meisjes, Maria en Engelina. Ze zullen nu ongeveer 66 zijn, maar daar was helemaal niet op gerekend. En de vroegtijdige bevalling van een tweeling. Ja, wat was er nodig? Er waren couveuses nodig, dus de scheepsarts, de verpleegsters, de scheepstimmerman en de elektricien en nog wat andere lieden. Die hebben dus halsoverkop twee couveuses in elkaar moeten timmeren. En er moesten. Ja, er moest verwarming in komen. Er moest licht in zijn, er moest toevoer zijn voor zuurstof en allemaal dat soort dingen meer. En dat hebben ze dus in no time hebben ze dat in in elkaar geknutseld, allemaal aan boord van dat schip. Toch wel apart. Een vroeggeboorte van een tweeling op op een schip.

END OF TRANSCRIPT

Share

Follow SBS Dutch

Download our apps

Listen to our podcasts

Get the latest with our exclusive in-language podcasts on your favourite podcast apps.

Watch on SBS

SBS News in Dutch

Watch it onDemand

Watch now