Tulpen vormen al lange tijd een verbinding tussen de familie van David Van Berkel en hun Nederlandse afkomst.
Maar terwijl de bloemen blijven bloeien op de familieboerderij in Victoria, vreest hij dat een ander deel van zijn erfgoed aan het verdwijnen is: de taal, de verhalen en de gedeelde geschiedenis die generaties Nederlandse Australiërs hebben gevormd.
Een van Van Berkels vroegste herinneringen is die aan de bloemenkwekerij van zijn vader. Zolang hij zich kan herinneren, kweekt zijn Nederlandse familie tulpen, zowel in Australië als in Nederland.
"Toen mijn opa in 1950 voor het eerst naar Australië kwam, bracht hij een passie voor bloembollen mee. Later werd hij een van de grootste kwekers van tulpen en hyacinten van Australië," vertelt hij aan SBS News.
Die nalatenschap bloeit, tientallen jaren later, nog altijd voort.
"Tulpen maken momenteel een enorme comeback en zijn erg populair binnen onze Nederlands-Australische gemeenschap," zegt hij.
Van Berkel is de derde generatie die de familieboerderij in Monbulk, een plaats in de Dandenong Ranges bij Melbourne, runt. Hij zegt dat tuinieren "in zijn bloed zit."
Maar terwijl de bloemen de tand des tijds hebben doorstaan, maakt Van Berkel zich zorgen dat andere onderdelen van zijn Nederlandse identiteit dat niet hebben gedaan.
Een taal die verloren dreigt te gaan
Net als veel anderen binnen de Nederlandse gemeenschap in Australië zegt Van Berkel dat onderdelen van zijn Nederlandse erfgoed langzaam verloren gaan, met name de taal.
Ik wou dat ik als kind Nederlands had leren spreken. De Nederlandse taal verdwijnt langzaam uit onze familie en ook uit de regio.
Van Berkels ervaring weerspiegelt een bredere ontwikkeling. Onderzoek van taalkundige Michael Clyne toont aan dat Nederlandse Australiërs een van de hoogste percentages taalverschuiving naar het Engels kennen van alle grote migrantengemeenschappen in Australië. Deze verandering wordt in verband gebracht met de assimilatie na de Tweede Wereldoorlog, gemengde huwelijken en de snelle integratie in de Australische samenleving.
Uit gegevens van de volkstelling blijkt bovendien dat, hoewel bijna 382.000 Australiërs aangeven een Nederlandse afkomst te hebben, tegenwoordig nog slechts een minderheid van de in Nederland geboren Australiërs thuis Nederlands spreekt.

Nonja Peters, historica en antropologe aan de Curtin University, zegt dat migranten die na de Tweede Wereldoorlog naar Australië kwamen, onder het Australische assimilatiebeleid werden aangemoedigd om uitsluitend Engels te spreken.
"Zodra kinderen het schoolplein op stapten, waren ze Australiërs. Er was geen Engels als tweede taal (ESL), geen enkele vorm van ondersteuning; ze moesten zich maar zien te redden. Het was een onderwijsbeleid van 'zwemmen of verzuipen'," vertelt ze aan SBS News.
"Destijds kregen kinderen te horen dat als het hen niet lukte om mee te komen, dat hun eigen schuld was."
Ze leerden om niet over hun achtergrond te praten. Het was alsof ze eigenlijk geen verleden hadden.
Voor veel migrantengezinnen werd het spreken van Engels een prioriteit, omdat zij zich wilden aanpassen aan de Australische samenleving. Dat ging vaak ten koste van het behoud van hun moedertaal.
De verborgen littekens van de oorlog
Voor Peters is die geschiedenis meer dan alleen een academisch onderwerp. Het is ook diep persoonlijk.
Ze kwam in 1949 als jong kind samen met haar ouders naar Australië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd haar vader door de nazi’s opgepakt en naar een staalfabriek in Straatsburg gestuurd, in de door nazi-Duitsland geannexeerde Franse gebieden. De moeder van Peters volgde hem.
"Twaalf uur per dag moesten ze daar onder dwang werken in die staalfabriek, onder de wapens van de nazi-SS, om de oorlogsmachine van de nazi’s te ondersteunen," vertelt ze.

In 1948 begon Australië migranten toe te laten onder de Empire and Allied Ex-Servicemen's Scheme, een regeling die gesubsidieerde migratie aanbood aan voormalige militairen die tijdens de oorlog met de geallieerde strijdkrachten hadden gevochten. De ouders van Peters behoorden tot deze groep.
Maar net als veel andere naoorlogse migranten, zegt ze dat zij aankwamen "met de gevolgen van oorlog, bezetting, verlies, ontvoering, dwangarbeid, hongersnood, gevangenschap en gedwongen scheiding van familieleden."
"Toch kwamen zij terecht in een Australië waar het assimilatiebeleid van hen verwachtte dat ze opnieuw begonnen, alsof die historie er niet toe deed," zegt Peters.
Het psychische leed van velen werd niet erkend, verkeerd geïnterpreteerd of gezien als iets waarvoor de migrant zelf verantwoordelijk was.
Ondanks deze ervaringen werden veel Nederlandse migranten bekend als "onzichtbare migranten", omdat algemeen werd aangenomen dat zij zich snel hadden aangepast aan de Australische samenleving, aldus Jill A’Vard van de Monbulk Historical Society.
Voor velen bood Australië ook de mogelijkheid om hun leven opnieuw op te bouwen en na de oorlog een nieuwe toekomst te creëren.
Terugvinden van verborgen verhalen
Die verhalen staan nu centraal in een tentoonstelling in Monbulk — From the Lowlands to the Ranges — een project dat is opgezet door de lokale historische vereniging. Gemeenschapsleden werken hierbij samen om de ervaringen van Nederlandse migranten te bewaren voor toekomstige generaties.
De verhalen worden ook gebundeld in een boek dat in augustus zal verschijnen.
"Veel van de eerste Nederlandse migranten hier hebben onvoorstelbare ontberingen doorstaan en leefden zonder elektriciteit of stromend water," zegt Maria McCarthy van de Monbulk Historical Society.
"Maar vergeleken met wat ze hadden achtergelaten, werd Australië nog altijd gezien als een kans om hun gezinnen een betere toekomst te geven."

De familie Van Horick is een van de families die in de tentoonstelling aan bod komt. Gerry van Horick was pas acht jaar oud toen zijn ouders in 1963 naar Australië vertrokken.
Bij aankomst werden ze naar het Bonegilla Migrant Camp in het noordoosten van Victoria gestuurd.
Tussen 1947 en 1971 groeide Bonegilla uit tot het grootste opvangcentrum voor migranten van Australië. Meer dan 300.000 migranten passeerden de poorten van het kamp.

Voor veel migranten, waaronder de Nederlanders, bood Australië kansen, maar weinig comfort in die eerste jaren, zegt Van Horick.
"De huisvesting was erg eenvoudig, eigenlijk alleen genoeg ruimte voor een bed. We hadden een gemeenschappelijke keuken waar we aten en gedeelde doucheruimtes," vertelt hij.
Het leven veranderde voor zijn gezin toen de familie Van Berkel zijn vader een baan en een woonplek aanbood.
"Mijn vader ging werken in het tuinbouwbedrijf van de familie Van Berkel, en bijna 14 jaar lang woonden we in een huis op hun terrein," zegt Van Horick.
"Het was een heel belangrijk onderdeel van onze eerste ervaringen en onze migratiereis."
.jpg?imwidth=1280)
Volgens Peters komen verhalen zoals deze vaak voor onder Nederlandse migranten uit de naoorlogse periode.
"In het begin namen [Nederlandse ondernemers] mensen uit hun eigen gemeenschap in dienst, omdat ze elkaar begrepen en vertrouwden. En vertrouwen is essentieel voor het runnen van een familiebedrijf," zegt ze.
Het doorgeven van een nalatenschap
Het behouden van het Nederlandse erfgoed voor toekomstige generaties is ook belangrijk voor Van Berkel.
"We zijn trots op onze geschiedenis en op waar we vandaan komen, en op de invloed die zo’n klein land op de wereld heeft gehad."
Het is echt belangrijk dat onze kinderen begrijpen hoe we in dit gelukkige land terecht zijn gekomen, dankzij het harde werk van anderen.
Dit verhaal kwam tot stand in samenwerking met SBS Dutch.
Voor het laatste nieuws van SBS News, download onze app en meld je aan voor onze nieuwsbrief.
