In deze aflevering van onze talenserie Leer Nederlands deelt Joyce Diebels van Dutch with Joyce belangrijke woorden en handige zinnen voor als je met je huisdier naar de dierenarts moet.
Woorden en zinnen uit les 82: de dierenarts
| Engels | Nederlands |
| vet | (de) dierenarts |
| I have to take my dog to the vet. | Ik moet met mijn hond naar de dierenarts. |
| to make an appointment | een afspraak maken |
| I called to make an appointment. | Ik belde om een afspraak te maken. |
| treatment | (de) behandeling |
| The vet immediately started the treatment. | De dierenarts begon meteen met de behandeling. |
| microchipped | gechipt |
| It’s mandatory to microchip your dog. | Het is verplicht om je hond te chippen. |
| vaccination | (een) inenting |
| The cat is getting a vaccination today. | De kat krijgt vandaag een inenting. |
| sick | ziek |
| My rabbit isn't eating, I think he is sick. | Mijn konijn eet niet, ik denk dat hij ziek is. |
| medication | medicijnen |
| We got medicine for the cat. | We kregen medicijnen mee voor de kat. |
| anesthesia | narcose |
| The dog had to go under anesthesia for surgery. | De hond moest onder narcose voor de operatie. |
| costs | (de) kosten |
| The vet costs are quite high. | De kosten van de dierenarts zijn best hoog. |
| insurance | (de) verzekering |
| We have insurance for our dog. | We hebben een verzekering voor onze hond. |
Share





