In veel Nederlandse steden en dorpen heb je er een. Je kan bijna alles kopen, van groenten en fruit tot kaas en vis. De bloemen zijn er vaak goedkoop. Joyce Diebels van Dutch with Joyce neemt je dit keer mee naar de markt.
Woorden en zinnen uit les 54: naar de markt
| Engels | Nederlands |
| market | (de) markt |
| On Saturdays I go to the market to buy fresh vegetables. | Op zaterdag ga ik naar de markt om verse groenten te kopen. |
| market stall | (de) marktkraam |
| At this market stall they sell delicious cheese. | Bij deze marktkraam verkopen ze heerlijke kaas. |
| cheese vendor | (de) kaasboer |
| The cheese vendor at the market always has a large selection. | De kaasboer op de markt heeft altijd een grote selectie. |
| green grocer | (de) groenteboer |
| The green grocer has the best tomatoes. | De groenteboer heeft de beste tomaten. |
| fish stall | (de) viskraam |
| At the fish stall I get fresh herring and kibbeling. | Bij de biskraam haal ik verse haring en kibbeling. |
| deep fried fish, the Dutch way | (de) kibbelingen |
| flower market | (de) bloemenmarkt |
| The flower market in Amsterdam is very popular. | De bloemenmarkt in Amsterdam is erg populair. |
| I'd like to buy there very beautiful tulips. | Ik koop er graag hele mooie tulpen. |
| goods | (de) koopwaar |
| The good at the market are often cheaper than in the store. | De koopwaar op de markt is vaak goedkoper dan in de winkel. |
| market square | (het) marktplein |
| The market square is full of stalls and people. | Het markplein is vol met kramen en mensen. |
| street organ | (het) draaiorgel |
Klik hier voor meer informatie over Joyce van Dutch with Joyce.
Share





